Nieuws
Bespreking OCMW-budget
09 februari 2009
Tijdens de laatste gemeenteraad stond op de agenda onder meer de bespreking van het budget van het OCMW. Raadslid
Jan Van Gorp had, net als collega Ludo Peeters overigens, enkele kritische bedenkingen over de cijfers in het bijzonder en het OCMW-beleid in het algemeen:
“Wat meteen opvalt, is dat de gemeentelijke bijdrage opnieuw fors blijft stijgen, tegenover 2007 zelfs met meer dan 35% (van 3 miljoen 700.000 in 2007 , via 4,5 miljoen in 2008 naar 5.122.754 in 2009). En die stijging is echt niet alleen te wijten aan de gewone aanpassingen aan de index en ook niet aan de kosten van de uit te voeren audit of aan de gevolgen van de rechtspositieregeling, waarmee men zo graag wat probeert te schermen. De voortdurende stijging van de tekorten heeft veeleer te maken met de manier waarop het beleid al jaren wordt gevoerd. Ik zou, ter illustratie misschien kunnen verwijzen naar de fusie van het ziekenhuis. Ik weet het dat is inmiddels lang geleden… maar we slepen nog altijd de gevolgen van dit destijds zeer slecht onderhandelde dossier met ons mee en het heeft nog altijd een impact op het OCMW budget (ook collega Peeters heeft er daarnet naar verwezen) en het zijn nog wel dezelfde mensen die toen en die nu het beleid uitstippelen en die toen en nu komen aandragen met vooruitzichten op verbetering en op meer efficiëntie.
Maar aan de cijfers die nu voorliggen kan hier niets veranderd worden, we dienen ze gewoon te aanvaarden. Ik zal me dus beperken , en ik bedoel dat in de letterlijke zin, tot een paar korte bedenkingen bij de beleidsnota en de strategische nota die het budget begeleiden. Ik heb dus helemaal niet de bedoeling om volledig te zijn. En voor alle duidelijkheid: ik ben graag bereid om toe te geven dat er ook goede dingen in het budget en in het beleid te vinden zijn. Het zijn dan veelal zaken die bijna vanzelfsprekend zijn, en die sowieso moeten worden uitgevoerd, om het even door wie het beleid zou worden bepaald .
Eén van die goede, of beter gezegd één van die vanzelfsprekende dingen die in de nota worden aangehaald, en waarover nogal triomfantelijk wordt gedaan, is bijvoorbeeld het administratief beheer van het patrimonium. Maar zelfs aan dit voorbeeld van een goede zaak, kan ik niet anders dan onmiddellijk ook weer een paar bedenkingen vastknopen. De eerste bedenking is dat men dat patrimoniumbeheer al beloofde toen ik nog deel uitmaakte van de OCMW Raad .. ondertussen zo’n tien jaar geleden. We hebben er dus wel ontzettend lang op moeten wachten. Een volgende bedenking is dat, nu het administratief beheer blijkt geregeld te zijn, het concrete beheer, waar het eigenlijk toch om te doen is.. dat het onderhoud en het in stand houden van het patrimonium nog altijd veel te wensen overlaat.
En tenslotte vraag ik me af of de plannen voor het onderhoud en de renovatie van het gedeelte van het patrimonium dat voor dit jaar werd voorzien, wel werkelijk zullen uitgevoerd worden. Want zelfs in de beleidsnota wordt al onmiddellijk verwezen naar tijdsgebrek wegens de veelvuldige taken, en naar het ontbreken van nodige competentie. Bovendien staan in de lijst van woningen die dit jaar zullen worden gerestaureerd, en waarvan de schepen ons daarjuist een overzicht heeft gegeven, verschillende woningen die ook al in de lijst van 2008 en zelfs vroeger waren opgenomen. Tot daar wat betreft de “goeie zaken”.
Uit de twee nota’s blijkt verder dat het heel wat minder goed gaat binnen het OCMW dan hetgeen men ons telkens opnieuw voorhoudt. Neem nu de strategische nota. Daarin worden we vergast op de beschrijving hoe een typische dag van de OCMW secretaris er uitziet. Zo’n dag begint al om kwart na acht ’s morgens met het nakijken van z’n mails, en loopt dan onafgebroken door tot na negen uur ’s avonds… De secretaris heeft het zó druk - zegt hij zelf - met het werken aan nota’s, met het doorspelen van problemen en vooral met nadenken, dat zelfs zijn plan van verleden jaar, om de globale werking van het OCMW opnieuw onder de loep te nemen, er nog altijd niet van gekomen is. Dat stukje kolderiek proza vat eigenlijk goed samen wat er in het OCMW aan de hand is. Plannen heeft men er bij de vleet, maar aan het verwezenlijken ervan komt men nauwelijks toe.
En ook in de beleidsnota, hoewel die helemaal niet kritisch is en eigenlijk meer op een apologie gelijkt, is dezelfde tendens aanwezig. Heel de nota, en zeker waar ze de plannen van vorig jaar evalueert, staat bol van zinnen als - en ik citeer - :
… deze optie bleek niet realistisch...
… moet nog uitgevoerd worden...
… maar is nog niet rond...
… hebben nog een lange weg te gaan…
… was gepland in 2008, maar wordt verdaagd...
… blijft open…
… het is nog steeds wachten op de afwerking…
Zo gaat dat enkele pagina’s door. Ook hier dus: plannen genoeg, maar ze worden slechts gedeeltelijk of helemaal niet uitgevoerd. Maar goed, u hebt het zelf allemaal ongetwijfeld gelezen, en als u het niet gelezen hebt, hebt u het zojuist gehoord van collega Peeters.
En nu opnieuw worden we in het budget voor 2009 geconfronteerd met gelijkaardige beleidsplannen en met dezelfde goede voornemens. We hebben het ook kunnen horen in de nieuwjaarstoespraken van de burgemeester en van de secretaris, waarin ze misschien toch een beetje té optimistisch de zogezegd goede samenwerking met het OCMW beklemtoonden. We kunnen alleen maar hopen dat het waar is. Ook wij hebben altijd aangedrongen op een betere en gestructureerde samenwerking tussen stad en OCMW.
We vrezen alleen dat onze hoop tevergeefs is. Want we hebben tezelfdertijd in de pers kennis kunnen nemen van de vooruitzichten van de OCMW- voorzitter. En dan klinkt het toch al iets minder optimistisch. Hij blijft dan bijvoorbeeld ook heel vaag wanneer het gaat over de realisatie van een sociaal huis op de Dungelhoeffsite of over de verhuizing van de technische dienst naar de voormalige Eandissite. En we kennen maar al te goed de OCMW-bezwaren tegen het samenvoegen van de technische werkplaatsen en onlangs tegen bepaalde aspecten of gevolgen van de rechtspositieregeling.
Tenslotte hebben we ook de nieuwjaarstoespraak van de OCMW secretaris beluisterd, een toespraak die tot onze verbazing meer een politieke redevoering dan een strategische uiteenzetting bleek te zijn.
We kunnen niet voorbij aan het feit dat de secretaris het weer maar eens niet kon laten om ons ervan te beschuldigen dat we de werking van het OCMW zouden trachten te ondermijnen. Wij hebben een paar maanden geleden nochtans alleen gezegd en aangeklaagd wat nu in z’n eigen nota wordt toegegeven. In z’n toespraak beweerde hij bovendien dat het de laatste maanden allemaal geweldig verbeterd is. Nu, ook dat hopen we dan maar. Maar tezelfdertijd zegt dit wel dat onze kritiek terecht was, want anders was zo’n spectaculaire verbetering niet nodig geweest.
En omdat hij ons blijft verwijten dat wij het personeel zouden aansprakelijk stellen voor de slechte gang van zaken binnen het OCMW, willen we hier nogmaals uitdrukkelijk onze dank en onze grootste bewondering uitspreken voor de loyaliteit, de inzet en de werkkracht waarmee het personeel in dikwijls moeilijke en ondankbare omstandigheden z’n taak blijft vervullen. De schuld voor de malaise ligt zeker niet bij hen. Het is jammer dat men blijft schieten op de boodschapper. Het is ontzettend jammer dat verkeerde ambities en persoonlijke rancunes het voeren van een degelijk beleid klaarblijkelijk in de weg staan.
In dit budget gaat het dus eens te meer om een begroting van plannen en wensen, meer dan om een realistische raming van nuttige en noodzakelijke uitgaven. In het beleid en in het budget missen we bovendien de aandacht voor belangrijke prioriteiten. Ik herinner U aan slechts één punt, dat in zowat alle partijprogramma’s was opgenomen: de bijzondere aandacht voor de bestrijding van de armoede. En ik mis in de eerste plaats concrete maatregelen voor het actief opsporen en oplossen van de verborgen armoede in deze stad.
Onze OCMW raadsleden zullen er - op de gepaste tijd en op de gepaste plaats - op toezien of en hoe de plannen, die in het budget verwoord zijn, zullen worden verwezenlijkt.
Ik zou het hierbij willen laten, maar eerst toch nog dit.. Ik heb er meer dan eens op aangedrongen om in de gemeenteraad meer aandacht te besteden aan wat er zich in het OCMW afspeelt, omdat het mijn sterke overtuiging is dat het stadsbestuur verantwoordelijk blijft voor het geheel van het sociale beleid, ook als een gedeelte van dat beleid is toevertrouwd aan het OCMW. De laatste tijd bereikte ons slechts heel weinig informatie. De schepen beloofde daarin verbetering. Hij kwam echter ook met de suggestie om terug het oude systeem van een overlegcomité tussen stad en OCMW in te voeren. En dit onder het voorwendsel dat hij toch niet de rol én van voorzitter, én van secretaris én van ontvanger kan vervullen.
Er is niemand die dit van hem verlangt, en hij kan zich tenslotte ten allen tijde door één van zijn medewerkers of ambtenaren laten bijstaan, zoals dat hier vandaag ook het geval is. Maar mocht hij toch vinden dat hij z’n verantwoordelijkheid niet aankan, moet hij daaruit gewoon de gepaste conclusies trekken.
Wij zijn en blijven van mening dat de vereniging van het ambt van OCMW-voorzitter en van schepen van Welzijn en sociale zaken in één persoon, de beste garantie zou kunnen zijn voor de beoogde samenwerking tussen stad en OCMW. Het is trouwens ook dat wat bedoeld werd, bij de invoering van deze maatregel.
Wij hebben alleszins met zo’n overlegcomité geen goede ervaring. En we vermoeden dat achter het opnieuw invoeren van zo’n overlegcomité een verborgen agenda schuilt. Zo’n overlegcomité zou natuurlijk de schepen- OCMW-voorzitter, die niet tot de monstercoalitie behoort, buitenspel zetten. Het moment waarop men nu plots zo’n overlegcomité terug in het leven wil roepen, hangt alleszins bedenkelijk nauw samen met de nakende wissel van het OCMW voorzitterschap. Voor mij betreft het hier tot nader order een louter politiek manoeuvre.”