Nieuws
Verkoopt Lier riolen?
25 maart 2005
Tijdens de gemeenteraad van februari werd het dossier besproken van de mogelijke overdracht van het rioolstelsel aan Pidpa. Schepen Goetze verklaarde dat dit voor de stad om een gunstige financiële operatie zou gaan. Deze visie is kortzichtig en eigenlijk zelfs niet de essentie. Want deze operatie kadert enerzijds in een Europees en een Vlaamse visie voor het bewerkstelligen van een integraal waterbeleid, enerzijds de integratie van de winning en verdeling van het drinkwater en anderzijds de zuivering van het afvalwater. Diegenen die thuis de factuur van Pidpa open doet, zal het gemerkt hebben. Vanaf volgend jaar zal de klant één allesomvattende waterfactuur krijgen, dus nog slechts één factuur voor drinkwater en waterzuivering. De zuiveringskosten zijn gelijk over heel Vlaanderen en moeten de werking van Aquafin financieren. Op de kosten rust een BTW van 6%. Hierdoor wordt het meteen mogelijk dat Aquafin voortaan met dit BTW-percentage kan werken in plaats van de 21% die de afgelopen jaren werd betaald. Op deze manier hoopt de Vlaamse regering jaarlijks 50 miljoen euro te besparen.
Stadspatrimonium uit handen
Wat gebeurt er verder: aan de drinkwaterfactuur voegt de Vlaamse regering nu de kosten van de aanleg en het onderhoud van de gemeentelijke riolen toe. Omdat de steden en gemeenten hiervoor meestal het geld niet hebben, nemen steeds meer drinkwatermaatschappijen het beheer van het gemeentelijk rioolstelsel over. En dat is hetgeen met dit punt zal gebeuren. Dit heeft tot gevolg dat Lier een belangrijk stuk publiek patrimonium uit handen geeft. Voor wat hoort wat natuurlijk en Lier zal voor deze overdracht worden vergoed. Gemeenten met een goed uitgebouwd en onderhouden rioleringsnet zullen meer geld en aandelen ontvangen dan de andere. Hoe de drinkwatermaatschappijen precies de nieuwe regelgeving zullen invullen is nog niet duidelijk. PIDPA wil alle inwoners uit haar gebied dezelfde rioolkosten opleggen. Eén ding staat echter al vast: met het geld van de inwoners gaan de drinkwatermaatschappijen voortaan zelf nieuwe riolen aanleggen en onderhouden via aparte vennootschappen. Zij zullen ook – waar dit vroeger een zaak van de gemeenten was – de subsidies aanvragen die de Vlaamse regering heeft voorzien voor de verdere uitbouw van het fijnmazige en gescheiden rioleringsnetwerk.
100 tot 150 euro meer per jaar
Maar dan komt het, want hoogstwaarschijnlijk zullen de kosten van de nieuwe gezamenlijke factuur de volgende jaren fors oplopen. Drinkwater kost vandaag gemiddeld 1,5 euro per 1000 liter. Dat is in vergelijking met onze buurlanden, niet beduidend hoger of lager. Waterzuivering is in Vlaanderen echter wel beduidend goedkoper. Het prijskaartje voor de waterzuivering valt uiteen in een deel voor het Vlaams gewest en een deel voor de gemeenten. De Vlaamse heffing op het afvalwater bedraagt momenteel 0,68 euro per 1000 liter en dit bedrag zal – in theorie – niet verhogen. Met die heffing wordt vandaag ongeveer de helft van het Aquafinbudget betaald. De andere helft wordt bijgepast door het gewest uit de algemene belastingopbrengsten. Hoe groot de gemeentelijke rioolbijdrage zal zijn, verschilt van gemeente tot gemeente. Elke gemeente kan ook zelf bepalen of er een sociale korting komt voor mensen met een laag inkomen. Het ziet er echter naar uit dat de waterfactuur in Vlaanderen de volgende jaren fors zal stijgen en daarom maakt het Vlaams Belang voorbehoud tegen deze operatie omdat te vrezen valt dat deze operatie leidt tot een nieuwe belasting ten koste van de eindgebruiker.
Bezwaren
Het Vlaams Belang heeft dan ook bezwaren tegen deze operatie. Want de essentie van het verhaal is dat de Vlaamse overheid de factuur voor rioleringswerken en waterzuivering zonder verpinken doorschuift naar de gewone burger. In de praktijk zal immers blijken dat een doorsnee gezin toch zo’n 100 tot 150 euro meer zal moeten betalen. Het Vlaams Belang onderschrijft natuurlijk de noodzaak van een beter beleid inzake drinkwatervoorziening en afvalwaterzuivering. Temeer omdat Vlaanderen –gelet op de Europese regelgeving – nog een flinke inhaaloperatie moet uitvoeren. Maar de logica zou in deze moeten zijn dat het de Vlaamse regering en niet de kleine eindgebruiker is die moet investeren.
Geen inspraak meer
Een ander bezwaar is het feit dat het publieke patrimonium weer maar eens wordt aangetast: net zoals bij de cross-border-operatie maken wij opnieuw voorbehoud bij het uit handen geven van dit stuk stedelijk patrimonium. Onze stad loopt immers het gevaar om elke vorm van inspraak m.b.t. het rioleringsbeleid op haar grondgebied te verliezen. Eens de overdracht wordt gerealiseerd, is het immers de drinkwatermaatschappij en niet de gemeente die zal bepalen waar en of er nieuwe riolering wordt aangelegd en waar en of er onderhoudswerken moeten worden uitgevoerd.
Niet onder druk laten zetten
Ten slotte vind het Vlaams belang dat het stadsbestuur zich niet onder druk moeten laten zetten en dat eigenlijk eerst nog eens goed moeten nagedacht worden vooraleer een beslissing te nemen. Er bestaat trouwens nog de grootste onduidelijkheid over deze overeenkomst. Er wordt met geen woord gerept over de juridische en financiële verplichtingen, de afspraken over de verhoudingen tussen drinkwatermaatschappijen en de gemeenten, de bijdrage die zal worden verrekend en over de eventuele trekkingsrechten. En ten slotte, het is niet omdat de eindgebruiker vanaf volgend jaar één waterfactuur zal krijgen dat de wijze van factureren transparant zal zijn. Het is de vraag op welke manier de drinkwatermaatschappijen de burgers duidelijk zullen maken welke kosten op de factuur voor welke functie worden aangerekend. Het gevaar is immers reëel dat de burger geen duidelijk overzicht zal krijgen op wat hij/zij betaalt voor het drinkwater enerzijds en de waterzuivering en bijkomende heffingen anderzijds. Daarom kan het Vlaams Belang zich niet vinden in een mogelijke overdracht van het rioolstelsel aan Pidpa.